Wijziging belastingtarieven en -kortingen in 2019

Begin 2019 zijn heel veel belastingregels ingrijpend veranderd. Door aanzienlijke wijzigingen in de tarieven en belastingkortingen zal het eerste loonstrookje van 2019 voor veel mensen positief uitgevallen. Hieronder staan de belangrijkste wijzigingen rondom de tarieven en kortingen

 

a) Belastingtarieven

De inkomstenbelastingtarieven die gelden voor het jaarinkomen uit werk en woning gaan de komende jaren flink op de schop.

In 2019 wijzigt het meest in het belastingtarief over het inkomen van ongeveer €20.000 tot €68.500; het tarief daalt met 2,75% en dat levert een grote belastingbesparing voor deze groep op.

En ook mensen met een inkomen boven de €68.500 profiteren daarvan want over dat inkomen betaal je namelijk geen 51,75% belasting meer over dat hele inkomen zoals voorheen, maar alleen over het deel dat uitkomt boven de €68.500.

 

Belastingtarieven tot AOW-leeftijd:

Inkomen                                              Tarief 2018                 Tarief 2019

tot ± €20.000                                      36,55%                        36,65%

vanaf ± €20.000 tot ± €68.500          40,85%                        38,10%

boven ± €68.500                                 51,95%                        51,75%

 

En voor de belastingtarieven vanaf de AOW-leeftijd gelden nog lagere tarieven

 

Wat betekent dit voor u? Een paar voorbeelden:

Bij een inkomen tot €20.000 gaat u er door de nieuwe tarieven licht op achteruit (maximaal €20).

Bij een inkomen tussen de €30.000 tot €60.000 gaat u er ongeveer €250 tot €1.080 op vooruit.

Bij een inkomen van €68.500 betaalt u in 2019 ongeveer €1.300 minder belasting dan in 2018. En voor elke €10.000 die u meer verdient, komt daar een extra besparing van €20 belasting bij.

 

b) Belastingkortingen

Aan het einde van de aangifte wordt van de belasting die tot dan toe is berekend nog een bedrag afgetrokken. Deze korting op de te betalen belasting is een optelsom van alle zogenoemde ‘heffingskortingen’. En er zijn een heleboel heffingskortingen.

Op basis van de gegevens die worden ingevuld in het aangifteprogramma, wordt per situatie bepaald welke heffingskortingen u krijgt.

Iedere extra euro heffingskorting, betekent een besparing op de netto belasting van precies een euro. De huidige berekening van de 4 heffingskortingen wijzigt volgend jaar sterk.

De belangrijkste wijzigingen op een rij:

 

1 – Algemene heffingskorting stijgt

Iedereen met een inkomen tot €68.500 heeft recht op algemene heffingskorting.

De algemene heffingskorting is met €212 gestegen in 2019 tot €2477 voor iedereen met een inkomen tot €23.000 die nog niet de AOW-leeftijd heeft. AOW‘ers met dit inkomen zien de algemene heffingskorting met €111 stijgen tot €1.268.

Bij een inkomen tussen de €23.000 en €68.000 is de heffingskorting ook gestegen, maar daarbij geldt hoe hoger het inkomen hoe lager de toename.

Bij een inkomen vanaf €68.500 is en blijft de algemene heffingskorting €0.

 

2 – Arbeidskorting stijgt

De arbeidskorting is een heffingskorting voor iedereen die werkt en een arbeidsinkomen heeft van maximaal €91.000 (in 2019). In 2018 hadden iets meer mensen er recht op, omdat je over 2018 arbeidskorting kreeg bij een arbeidsinkomen tot €123.000.

 

De arbeidskorting is met ongeveer €150 gestegen voor iedereen onder de AOW-leeftijd met een inkomen van €21.000 tot €36.000. Wie nog werkt na de AOW-leeftijd, krijgt bij dat inkomen in 2019 €86 meer arbeidskorting dan in 2018.

De arbeidskorting is in 2019 gedaald bij een arbeidsinkomen van €42.000 tot €123.000. Vooral werkenden onder de AOW-leeftijd met een inkomen rond de €90.000 moeten in 2019 veel arbeidskorting inleveren: ruim €1000.

 

3 – Ouderenkorting

Ouderenkorting was er in 2018 voor iedereen die dat jaar de AOW-leeftijd heeft.

De ouderenkorting is in 2019 gestegen voor mensen met een inkomen tot ongeveer €36.000 met €178. Met een inkomen van €37.000 tot €45.000 kun je nog een grotere voortuitgang tegemoet zien. Soms gaat het wel om een netto voortuitgang van meer dan €1.000.

Voor inkomens vanaf €48.000 geldt dat niet meer; je krijgt dan namelijk geen ouderenkorting meer.

AOW’ers met een hoger inkomen verliezen daardoor een netto belastingvoordeel van €72.

 

4 – Inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack)

Werkende ouders met 1 of meer kinderen onder de 12, krijgen vaak (meestal zonder dat ze het doorhebben) een forse belastingkorting via de belastingaangifte. Het gaat om de ‘inkomensafhankelijke combinatiekorting’. Deze korting is er om de combinatie werken en zorgen te stimuleren voor alleenstaande werkende ouders, maar ook voor werkende stellen. Bij werkende stellen krijgt alleen degene met het laagste inkomen de korting.

 

Bij een inkomen van €5.000 tot €24.000 daalt de inkomensafhankelijke combinatiekorting ten opzichte van 2018. Bij een inkomen van €5.000 gaat het zelfs om een daling van €1.056 in 2018 naar €1 in 2019. Uiteindelijk wordt bijna niemand zo zwaar getroffen, want bij een inkomen van €5. 000 kon bijna niemand de hoge combinatiekorting in 2018 helemaal verzilveren.

 

Alleen wie een partner heeft en op zeer hoge leeftijd kinderen kreeg, levert soms echt €1.000 combinatiekorting in. Wie geboren is na 1962 levert maximaal €500 combinatiekorting in (die maximale achteruitgang is aan de orde bij een inkomen van €10.000).

Bij een inkomen vanaf €25.000 is de inkomensafhankelijke combinatiekorting in 2019 gestegen (met minstens €34). Wie een arbeidsinkomen heeft van ongeveer €30.000 ziet de korting het sterkst stijgen: met ongeveer €240.